Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
Boskalis jaarverslagen 2012

Innovatieve wrakopruiming Baltic Ace

Met het verwijderen van 456.000 liter zware olie voltooide SMIT Salvage in 2014 de eerste fase van de berging van het autotransportschip Baltic Ace. In 2015 volgde fase 2, de wrak-opruiming en de gecontroleerde ontmanteling van het wrak en de lading. Het veelomvattende project verliep succesvol, mede dankzij de introductie van nieuwe werkmethodes en de samenwerking tussen diverse bedrijfsonderdelen van Boskalis.

Het autotransportschip Baltic Ace vertrok in december 2012 in slechte weersomstandigheden met circa 1.400 nieuwe auto’s aan boord vanuit Zeebrugge naar Finland. 65 kilometer ten westen van Goeree­-Overflakkee werd de Baltic Ace in de flank geraakt door een containerschip. De Baltic Ace zonk op een van ’s werelds drukste scheepvaartroutes. “De waterdiepte ter plaatse is 37 meter. Het schip lag op haar zij en was 25 meter breed, dus het hoogste punt bevond zich slechts 12 meter onder de waterlijn,” zegt Pieter van Vuuren, Manager Operations van SMIT Salvage. “Het wrak was een gevaar voor de 16.000 schepen die jaarlijks van en naar Rotterdam varen. Daarnaast vormden de stookolie en andere schadelijke stoffen een risico voor het milieu.” Rijkswaterstaat kende de berging toe aan een combinatie van Boskalis Nederland en Mammoet Salvage. Namens Boskalis Nederland voerde SMIT Salvage de berging uit. “Surveys wezen uit dat de geplande aanpak om het complete schip te lichten onmogelijk was. Vervolgens werd besloten het wrak in delen te zagen,” aldus Van Vuuren.

Verwijderen stookolie

Na intensieve voorbereidingen startte in mei 2014 een ploeg van 25 bergers met het verwijderen van de stookolie. Daarvoor werd een innovatieve methodiek gebruikt, die deels in eigen beheer werd ontwikkeld, op basis van de ervaringen met de olieverwijdering uit de schepen Kyung Shin en Costa Concordia. Op de grootste tanks werden hot taps aangebracht, waarna met stoom de stookolie werd verwarmd om deze vloeibaar te maken. Na het wegpompen van de olie werden de tanks meermaals gespoeld met heet water om olieresten te verwijderen. In minder dan twee weken werd 456.000 liter zware olie afgevoerd naar een recyclingbedrijf. Kleinere tanks met diverse soorten olie waren onbereikbaar. Daar werd in het vervolgtraject rekening mee gehouden, zodat deze stoffen later veilig verwijderd werden.

Acht secties

Eind 2014 startten de voorbereidingen om het wrak in zes grote secties te zagen, en die met een drijvende bok te lichten. Ter bevestiging van de hijskabels boorden duikers tientallen gaten in de romp, onder meer met de zogeheten cold cut-snijtechniek, waarbij water onder zeer hoge druk (2.500 bar) wordt gemengd met mineraal snijzand. “Omdat de duikers alleen gedurende de getijdewisselingen konden werken, per etmaal slechts vier keer circa twee uur, werd dag en nacht gewerkt in ploegen van vier man,” zegt Van Vuuren. Tijdens de werkzaamheden bleek de conditie van het wrak snel achteruit te gaan. Besloten werd het schip tijdens fase 2 in acht kleinere secties te zagen, deze te lichten met een drijvende bok, en de overige wrakstukken boven water te brengen met een grijper.

Mobilisatie

De vervolgoperatie startte in het voorjaar van 2015 met het maken van een langsnede over de volle lengte van het schip. “SMIT Salvage heeft veel kennis opgedaan met het zagen van scheepswrakken bij de berging van de onderzeeër Koersk in 2001 en het autotransportschip Tricolor in 2003/2004. Op basis van die ervaring hebben we voor het zagen van de Baltic Ace nieuwe methodieken ontwikkeld,” vertelt Van Vuuren. “Zo werd de zaagdraad voorzien van een nieuw type zaagbus met een verbeterde gradatie wolfraamcarbide. Voorts hebben we gebruik gemaakt van speciale deiningscompensatoren, waardoor we het zaagproces konden uitvoeren vanaf drijvende bakken. Daardoor kon de zaagdraad onder spanning blijven. We hadden minder dan 30 uur per snede nodig, en dat is een recordsnelheid. Dankzij de hulp van diverse afdelingen binnen Boskalis werd ook de softwarematige aansturing van het zaagproces sterk verbeterd. Ook de surveyschepen en de geavanceerde surveytechniek van Boskalis speelden een belangrijke rol.”

Gigantisch karwei

De volgende fase was het verwijderen van de acht secties en de overige wrakstukken, waarvoor de drijvende bok Taklift 4 en een 200 ton wegende hydraulische wrakkengrijper werden ingezet. Speciaal voor dit project werd de wrakkengrijper ingrijpend gemodificeerd. “Schip en lading wogen samen 13.000 ton,” licht Van Vuuren toe. “8.000 ton kon in complete secties worden gelicht met de drijvende bok Taklift 4, de overige 5.000 ton hebben we uit het water getild met de grijper. Sommige secties waren 25 meter hoog, dus het was een gigantisch karwei. Tijdens het zagen en boren waren we met ruim honderd man en een enorme hoeveelheid materieel aan de slag.” Nadat de wrakstukken op pontons waren geplaatst werden ze met sleepboten naar een gespecialiseerd recyclingbedrijf gebracht, waar het ontmantelen en recyclen van de wrakstukken veilig en volledig gecontroleerd plaatsvond. In oktober 2015 werd de zeebodem intensief gecontroleerd en werden de laatste wrakdelen verwijderd. De vaargeul is weer geheel toegankelijk.

Klik hier voor de project video van het Baltic Ace project.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag