Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X
Boskalis jaarverslagen 2012

Emissies

Door innovaties in materieel, werktechnieken, energiebesparing en brandstoffen levert Boskalis ook een bijdrage aan milieuvriendelijke oplossingen voor emissies. Door een uitgebreid R&D-programma anticiperen we op (internationale) wetswijzigingen en scheppen we de voorwaarden voor een snelle implementatie. Enkele van onze vooruitstrevende klanten nemen de CO2-uitstoot reeds expliciet mee in hun afweging tot gunning van projecten.

In het Verdrag van Parijs zijn afgelopen december op de COP21 harde afspraken gemaakt over de gevolgen van klimaatverandering en hoe deze zijn te beperken door de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen.

Alhoewel de scheepvaart uitgesloten is van deze emissiebeperkende afspraken betekent dit naar onze mening geen vrijbrief voor de maritieme sector om zich aan de geest van dit akkoord te onttrekken. Wij nemen onze verantwoordelijkheid door ook op eigen initiatief (innovatieve) mogelijkheden te onderzoeken om de uitstoot van ons materieel terug te dringen.

In 2015 zijn we een pilot gestart die gericht is op de ontwikkeling van een drop in biobrandstof voor de scheepvaart die aan de hoogste duurzaamheidseisen dient te voldoen en kan leiden tot significante emissie reducties. In de thematekst 'Boskalis lanceert biobrandstof pilot' kunt u daar meer over lezen.

Boskalis meet en rapporteert over de totale CO2-uitstoot van de vloot op basis van het brandstofverbruik. Het koppelen van een kwantitatieve doelstelling aan het jaarlijkse verbruik zien wij nog niet als zinvol door het ontbreken van een eenduidige, industrie-brede meetnorm. Een complex van factoren speelt een rol, zoals:

  • verschillende scheepstypes;

  • bezettingsgraad;

  • aard van de projecten met uiteenlopende vaarafstanden, vrachten en grondsoorten.

Een vergelijking van het absolute brandstofverbruik zegt dus onvoldoende over de kwaliteit van onze milieuprestatie. Via de (inter)nationale brancheverenigingen, zoals de European Dredging Association (EuDA) en de Vereniging van Waterbouwers, overleggen we met de autoriteiten en brengen wij onze technische kennis in om emissies meetbaar te maken. Hiermee zetten wij ons in om voor onze industrie tot realistische regelgeving te komen die breed gedragen wordt. Voor meer informatie zie de pargraaf 'werken naar een industriestandaard voor emissies.

Taskforce Energy Management

Onze Taskforce Energy Management volgt de ontwikkelingen van de (inter)nationale wet- en regelgeving nauwlettend. De Taskforce staat onder leiding van een lid van de Raad van Bestuur en bestaat onder meer uit specialisten en professionals uit de Offshore Energy en Dredging & Inland Infra divisies. De Taskforce vervult een sturende rol, bundelt kennis en best practices en bevordert de interne bewustwording.

Resultaat CO2-Prestatieladder

Boskalis heeft zich in Nederland ook in 2015 gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder; voor de vierde achtereenvolgende keer op het hoogste niveau (5). Het certificaat dekt alle bedrijfsonderdelen die werkzaam zijn voor de Nederlandse markt.

De CO2-Prestatieladder is een instrument dat in Nederland wordt ingezet door overheidsorganisaties en het bedrijfsleven om bedrijven die deelnemen aan veelal complexe aanbestedingen te stimuleren tot CO2-bewust handelen in de eigen bedrijfsvoering, bij de uitvoering van projecten én in de keten. Het basisprincipe van de Ladder is dat inspanningen van bedrijven, op het gebied van energiebesparing, efficiënt gebruik van materialen en duurzame energie, worden gehonoreerd. De trede die een bedrijf heeft bereikt op de CO2-Prestatieladder vertaalt zich in een gunnings voordeel: hoe hoger de trede op de Ladder, hoe meer voordeel het bedrijf krijgt bij de gunningsafweging.

Op de Nederlandse markt voert Boskalis een brandstof reductie-beleid op zijn activiteiten en op de projecten. In 2015 is hier op verschillende manieren op ingezet. Hierbij gaat het om maatregelen van technische en organisatorische aard, en gedragsverandering onder de noemer Keep Fuel in Mind. Zo wordt continu gewerkt aan een gedragsverandering bij de machinisten door het registreren en monitoren van het brandstofverbruik van het materieel en te discussiëren over de mogelijkheden om brandstof te besparen tijdens het werk. Ook zijn er diverse onderzoeken naar efficiëntere transportmethoden, het gebruik van diesel en gas bij hydraulisch zandtransport en de beperking van geluid- en trillingenoverlast voor de omgeving. In 2016 wordt hieraan een vervolg gegeven.

Tevens is Boskalis als initiatiefnemer betrokken bij een innovatief ontwikkelingsproject binnen het Ecoshape-programma Ecosystem-based CO2-footprinting. Hierin werken we met verschillende partners samen aan de ambitie om in 2020 waterbouwprojecten in Nederland mogelijk te maken met een CO2-balans die, over de gehele levensduur, 20% gunstiger is dan de conventionele aanpak, door al in de ontwerpfase rekening te houden met de CO2-uitstoot van het materieel, de relevante aspecten van het wingebied en het betreffende ecosysteem. Meer informatie over de activiteiten van Boskalis Nederland op het gebied van duurzaamheid en op de CO2-Prestatieladder is te vinden op www.boskalis.com/nederland.

BREEAM certificering

De in 2014 geformuleerde doelstelling de BREEAM certificering op het niveau van twee sterren voor de vier gebouwen van ons hoofdkantoor in Papendrecht in 2015 te behalen, is gerealiseerd. BREEAM is een beoordelings- en certificerings methodiek voor de duurzaamheidsprestaties van gebouwen. Het gaat er met name om het bewustwordingsproces van de gebruikers van het gebouw over energie verbruik en duurzaamheid te bevorderen.

Werken aan een industriestandaard voor emissies

De internationale branchevereniging European Dredging Association (EuDA) heeft begin 2016 een rapport gepubliceerd waarin gepoogd wordt een generieke methodologie vast te stellen waarmee de CO2-voetafdruk van verschillende type baggermaterieel (sleephopperzuigers, snijkopzuigers en backhoes) voorspeld kan worden. De belangrijkste uitkomsten van het rapport zijn hieronder weergegeven.

De Europese baggersector zet zich in voor het implementeren van effectieve maatregelen voor het terugdringen van CO2-emissies. Er bestaat echter een wezenlijk verschil tussen de koopvaardij, die gericht is op het wereldwijde transport van goederen en producten, en een vloot van werkschepen, die niet alleen materiaal vervoeren maar ook specifieke taken uitvoeren zoals de installatie van windmolens op zee en baggerwerkzaamheden waaronder stabilisatie van de zeebodem, het leggen van pijpleidingen en kabels, landaanwinning en kustbescherming.

Elk baggerproject heeft zijn eigen aard en omvang en wordt onder specifieke voorwaarden en technische vereisten uitgevoerd. Hierdoor is een wereldwijde vloot ontstaan van baggerschepen met zeer uiteenlopende specificaties die voldoen aan de specifieke vereisten van de verschillende projecten. Door de combinatie van eenmalige project-omstandigheden en zeer uiteenlopende materieelspecificaties is het onmogelijk om efficiëntie-indices en -indicatoren vanuit de reguliere koopvaardij door te vertalen naar bagger werkzaamheden om zo de CO2-uitstoot van een baggerproject te bepalen. CO2-uitstootoptimalisatie op een baggerproject kan het best worden bereikt door de project-specifieke omstandig heden te evalueren in het licht van de verschillende uitvoeringsmethodes en de beschikbaarheid van baggermaterieel.

Duidelijk is dat het optimaliseren van CO2-emissies voor de baggersector alleen effectief is op projectniveau. Onder bepaalde projectomstandigheden kunnen kleinere of oudere schepen even goed of zelfs beter presteren dan grotere, nieuwe baggerschepen. Daarnaast kan de bestaande, in IMO-verband ontwikkelde, Energy Efficiency Design Index (EEDI) niet zinvol in zijn huidige vorm worden toegepast omdat baggerschepen zowel energie verbruiken tijdens het varen als tijdens hun werkzaamheden. Om diezelfde reden werden baggerschepen (evenals de andere varende werkschepen) niet meegenomen in de EU-verordening betreffende monitoring, rapportage en verificatie van CO2-emissies van schepen, die op 29 april 2015 door de Commissie werd aangenomen en sinds 1 juli 2015 van kracht is.Het rapport concludeert dat er naast project-specifieke parameters – zoals grondcondities, baggerdiepte, vaarafstand en de toegepaste losmethode waaronder de eventuele pers afstand – tevens rekening gehouden dient te worden met niet-project-specifieke overwegingen zoals de beschikbaarheid van het meest efficiënte schip, emissies als gevolg van de mobilisering van materieel en mogelijkheden tot het combineren van werkzaamheden.

Ondanks deze complexiteit hebben de EuDA-leden, waaronder Boskalis, een gezamenlijk rapport geproduceerd voor de belangrijkste types baggermaterieel. Dit rapport bevat algemene schattingen van de te verwachten CO2-uitstoot van specifieke type materieel onder vastgestelde project-omstandigheden. Deze algemene schattingen kunnen een nuttige richtlijn zijn voor klanten, maar bieden geen oplossing voor het formuleren van bedrijfsbrede doelstellingen voor vermindering van de CO2-uitstoot per productie-eenheid.

CO2-emissies 2015

De totale uitstoot van de groep kwam in 2015 uit op 1,52 miljoen ton CO2 (2014: 1,61 miljoen ton CO2). Deze afname wordt verklaard door een lagere bezetting en kortere vaarafstanden van de Offshore-schepen en een verdere deconsolidatie van de Towage-activiteiten. De daling wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de hogere uitstoot bij Dredging.

Dredging & Inland Infra

Bij Dredging & Inland Infra bedraagt de CO2-uitstoot 663 duizend ton (2014: 574 duizend ton) en deze wordt voor circa 94% verklaard door de traditionele sleephopperzuigers en snijkopzuigers. De toename van 16% wordt per saldo verklaard door de volgende elementen:

  • De bezetting van de hoppers is toegenomen tot 43 weken (2014: 40 weken), mede door de inzet van de schepen op het Suezproject. Tevens is de Freeway in februari in de vaart genomen en zijn de Fairway en de Strandway het volledige jaar in de vaart geweest (in 2014 ten dele). Als gevolg hiervan is het geïnstalleerd vermogen met 5% toegenomen ten opzichte van voorgaand jaar.

  • De bezetting van de cuttervloot is licht afgenomen naar 34 weken (2014: 36 weken). De uitstoot van de cutters is door projectspecifieke-kenmerken nagenoeg gelijk gebleven.

Offshore Energy

De CO2-uitstoot van de Offshore Energy-vloot in 2015 bedraagt 793 duizend ton (2014: 934 duizend ton). Deze afname van 15% wordt voornamelijk verklaard door de lagere bezetting van de Dockwise-vloot. Deze bezetting bedraagt 76% (2014: 84%). Daarnaast zijn de vaarafstanden met 21% afgenomen, met een lager verbruik en minder uitstoot als gevolg. Het in de vaart nemen van de White Marlin in het eerste kwartaal van 2015 heeft de afname slechts gedeeltelijk gecompenseerd.

Towage & Salvage

De CO2-uitstoot van Towage & Salvage bedraagt 61 duizend ton (2014: 94 duizend ton). De afname van 33 duizend ton wordt verklaard door de schepen die medio 2014 in joint ventures zijn ondergebracht als onderdeel van de Towage-strategie en derhalve in 2014 nog twee kwartalen in de uitstoot van Towage zijn opgenomen. Gecorrigeerd voor dit effect is de uitstoot ongewijzigd gebleven.

Toegevoegd aan Mijn verslag Voeg toe aan Mijn verslag